Middeleeuwen - Moyen Age - Middle Ages - Mittel Alter
NL / FR
2Link.be2You.be2News.be2Travel.beAdverteren
Hosting by combell
In de kijker
- Actieaanbieding.com
- Solden en kortingscodes
- Kortingscode voor Belgie
- Top3 Vlaamse datingsites
- Cursuswinkel Antwerpen




Middeleeuwen


Geplaatst 4 December 2010, 00:19

'Christine de Pisan'

Trefwoorden: Pisan, Pernoud,



Christine_de_Pisan_and_her_son.jpg

In hun gezaghebbende standaardwerk, Histoire des Femmes, karakteriseren de historici Georges Duby en Michelle Perrot Christine de Pisan als de eerste geleerde en geletterde Franse feministe, wier werk een belangrijke rol speelde in de maatschappelijke en literaire discussie aan het einde van de middeleeuwen. Als poète-écrivain, als polemiekschrijfster en als intellectueel trad zij in discussie met de invloedrijkste mannelijke bolwerken van haar tijd: de universiteit van Parijs en de rechterlijke macht.

Als onafhankelijke vrouw brak zij een lans voor de rechten van haar eigen sekse en liet zij haar stem horen in geschriften van filosofische, historische, politieke en religieuze aard. Tegelijkertijd gaf zij verder vorm aan de dichtkunst van haar tijd. In zijn studie Herfsttij der Middeleeuwen (1919) noemt Johan Huizinga haar een 'moedig verdedigster van vrouweneer en vrouwenrechten'. De dichter J.H. Leopold vertaalde haar beroemdste ballade 'Seulete suy et seulete veuil estre' uit 1393 en nam die op in zijn bundel Verzamelde verzen uit 1913: Alleen ben ik en zoek alleen te wezen, Alleen ben ik en van mijn lief verlaten, Alleen ben ik; wie die mijn heer mag wezen? Alleen ben ik, dan bitter, dan gelaten, Alleen ben ik en schuw mijn kwijnend leven, Alleen ben ik, verdoolde uitermaten, Alleen ben ik en zonder vriend gebleven. Het gedicht, waarvan dit de eerste strofe is, verwijst naar 'het dal van beproevingen' dat Christine de Pisan betrad na de dood van haar echtgenoot, Etienne Castel, in 1389, en die van haar vader, enkele jaren daarvoor. Hun beider dood liet haar de leiding over een gezin dat bestond uit haar kinderen (een dochter en twee zonen), haar moeder en een nichtje. Van de ene op de andere dag zat de vijfentwintigjarige Christine de Pisan zonder inkomsten en moest zij als berooide weduwe allerlei schuldeisers op afstand zien te houden.

De eerste twee decennia van haar leven waren gelukkig en zelfs redelijk luxueus geweest. Haar vader, Thomas de Pisan, was een beroemd arts en astroloog uit Bologna, die zich, op verzoek van Koning Karel V van Frankrijk, in 1369 met zijn gezin in Parijs had gevestigd, waar hij persoonlijk raadsheer van de koning werd. Zijn dochter, die erg leergierig was, kreeg een voor die tijd ongebruikelijke intellectuele vorming en ontmoette in de entourage van de koninklijke residentie allerlei wetenschappers en beheerders van waardevolle bibliotheken met wie zij bevriend raakte. In 1379 werd zij uitgehuwelijkt aan de uit Picardië afkomstige klerk Etienne Castel, die spoedig bevorderd werd tot secretaris en notaris van de koning.

Na de onverwachte dood van Castel bij een pestepidemie 'draaide het rad van vrouwe Fortuna steeds benedenwaarts', schreef Christine de Pisan. Zij was volledig onkundig van haar mans zaken en van de wetgeving over erfrecht wist zij al helemaal niets. Toch was zij vastbesloten de erfenissen op te eisen waar zij recht op dacht te hebben. Vasthoudend streed zij bijna een kwart eeuw voor het verkrijgen van haar mans achterstallige salaris, waarbij zij niet aarzelde persoonlijk haar pleidooi te voeren.

Christine de Pisan besloot haar schrijftalent te gebruiken om in het onderhoud van haar gezin te voorzien. Tot 1399 schreef zij een honderdtal ballades, sommige op bestelling, andere als geschenk. De meeste zijn, volgens de dichteres, 'huilerige klachten', maar er zijn ook verzen 'om mijn van smart vervulde hart wat vrolijkheid te bezorgen'. Tussen 1399 en 1405 schreef zij vijftien met miniaturen geïllustreerde boeken, waarvan met name hertog Jan van Berry, een broer van de inmiddels overleden Koning Karel V, een trouw afnemer was. Zij schonk haar manuscripten ook aan koningin Isabella van Beieren, haar zwager hertog Lodewijk van Orleans en andere vooraanstaande personen uit het koninkrijk. In 1404 verleende Filips de Stoute, hertog van Bourgondië, haar de eervolle opdracht het leven van zijn broer, Koning Karel V, te beschrijven, wat resulteerde in het Livre des faits et bonnes moeurs de Charles V. Haar naam als geschiedschrijfster was daarmee gevestigd.

Het historische tijdperk waarin Christine de Pisan leefde wordt door Régine Pernoud met groot inlevingsvermogen beschreven. Pernoud, die een groot aantal boeken publiceerde over de middeleeuwen, waaronder biografieën over Jeanne d'Arc, Hildegard van Bingen en vele anderen, beschrijft met kennis van zaken de bloedige conflicten ten tijde van de Honderdjarige Oorlog, de fatale rivaliteit tussen de Bourgon-diërs en de Armagnacs en de opmars van de Engelsen totdat Jeanne d'Arc het tij doet keren.

Met enthousiasme vertelt Pernoud hoe Christine de Pisan het initiatief nam tot de eerste feministische polemiek uit de Franse literaire geschiedenis, de Querelle de la femme. De dichteres had aanstoot genomen aan de vrouwenhaat die sprak uit Jean de Meungs aanvulling op de beroemde Roman de la Rose, die in de dertiende eeuw was geschreven door Guillaume de Lorris. Dit werk, waarin de riddereer werd gedefinieerd en ridders werden opgeroepen vrouwen en armen te beschermen, was in die tijd hét voorbeeld van hoofse poëzie. Huizinga schrijft in zijn al eerder genoemde studie dat 'vele, wetenschappelijke, doorgeleerde mannen de Roman de la Rose zo hoog stelden, dat zij liever hun hemd zouden missen dan dit boek.' In zijn vervolg op dit werk gaf Jean de Meung echter een geheel andere voorstelling van de riddereer en hij dichtte vrouwen louter slechte eigenschappen toe.

In haar Epître au dieu d'amour diende Christine de Pisan Jean de Meung en daarmee de hele door mannen bestierde universiteit van Parijs van repliek. Aan de hand van historische voorbeelden ontkrachtte zij nauwgezet zijn beschuldigingen en hekelde zij zijn cynische minachting voor vrouwen. 'Moge het mij niet als hoogmoed worden aangerekend', besloot de Pisan, 'dat ik, een vrouw, een zo fijnzinnig auteur durf te vermanen en tegen te spreken, als hij als enige man het aandurft een heel geslacht zonder uitzondering te belasteren en te berispen!' Deze polemiek, die al spoedig meer geleerde pennen in beweging bracht, zou nog jaren worden voortgezet.

Christine de Pisan is vooral de geschiedenis ingegaan als verdedigster van de rechten van de vrouw, maar zij schreef ook over andere onderwerpen. Het Livre des faits d'armes et de chevalerie bijvoorbeeld 'had als ondertitel kunnen dragen: Hoe men vroeger een rechtvaardige oorlog voerde', aldus Pernoud. Haar beroemdste boek is ongetwijfeld Het Boek van de Stad der Vrouwen, dat zes eeuwen wist te doorstaan. In dit werk bouwt Christine de Pisan, aan de hand van vrouwelijke heldenverhalen uit de geschiedenis, een literaire stad waar vrouwen veilig kunnen wonen. Net als in haar andere werk moedigt zij vrouwen uit alle lagen van de bevolking aan zich te ontwikkelen. Bijzonder is ook dat zij vrouwen indeelt volgens een 'mannelijke' classificatie, namelijk die van sociale klasse, welstand, cultuur of woonplaats, in tegenstelling tot de gangbare normen die vrouwen groepeerden naar kuisheidscriteria (maagd, getrouwde vrouw, weduwe).

Voortdurend bejubelt Pernoud haar onderwerp. Ze juicht over Christine de Pisans moed, haar durf, haar vermogen obstakels te overwinnen en vooral over de actualiteit van haar gedachtegoed. Zij zwijgt echter over haar minder moderne kanten, bijvoorbeeld over het feit dat de dichteres vond dat de vrouw nederigheid en gehoorzaamheid was verschuldigd aan haar echtgenoot, toch een wat minder hedendaagse opvatting over het huwelijk. Ook weet Pernoud haar bijna romaneske opening niet tot aan het einde van het boek vol te houden; in sommige hoofdstukken lijkt haar betoog meer op een geschiedenisles vol leuke anekdotes dan op een biografie. Waarschijnlijk heeft dit te maken met het gebrek aan gegevens over Christine de Pisans levensloop. Zelfs over haar sterfjaar bestaat geen zekerheid, maar men neemt aan dat zij in 1430 is gestorven. Uit haar laatste werk, het Ditié de Jeanne d'Arc, blijkt dat zij nog wel getuige was van de triomfen van 'de maagd van Orleans': De wereld moge zich verwonderen, Over dit grootste aller wonderen. Mijn lijden is voorbij, Want Frankrijk is weer vrij.

De Verzamelde verzen van J.H. Leopold zijn uitgegeven door Atheneum-Polak & Van Gennep (1982). Het boek van de Stad der Vrouwen is als pocket verkrijgbaar (Ooievaar Pockethouse, 1995).


Régine Pernoud: Christine de Pisan. 

Vertaald door Théo Buckinx. 

De Prom, 190 blz. ƒ 34,90




Geplaatst 18 Juli 2010, 23:19

'De Kruistochten van Thomas Asbridge'




9789027424365.jpg


De Britse historicus Asbridge beschrijft veel wapengekletter. Jammer genoeg schiet hij tekort bij de vraag naar het ’waarom’ van die kruistochten. Hoe viel het geweld te rijmen met vrome idealen?

De Britse historicus Thomas Asbridge schreef een vuistdik boek over de kruistochten. Jammer is dat deze studie een kwaal heeft waaraan zoveel historische boeken lijden: zo rijk als inleiding en conclusie zijn aan inzichten en ideeën, zo arm is het middenstuk eraan. Dat maakt dat het boek dikwijls taaie en saaie kost is.

Eerder schreef Asbridge de bestseller ’De eerste kruistocht. De oorsprong van het conflict tussen islam en christendom’. Daarin betoogde hij dat de eerste kruistocht een keerpunt betekende in de verhouding tussen het Westen en de islam. In zijn nieuwste boek behandelt hij alle vijf kruistochten, vanuit zowel islamitisch als christelijk perspectief. Een analyse van alle tochten is in dit geval een tikje te veel om ruim zevenhonderd pagina’s lang te kunnen boeien.

Of paus Urbanus II, die in 1095 in Clermont het vuur van de kruistocht ontstak, en Bernardus van Clairvaux, die het in 1146 nog wat hoger opstookte, beseften in welke langdurige geweldsspiraal ze Europa en de islamitische wereld stortten, is maar zeer de vraag. Feit is in ieder geval, schrijft Asbridge, dat door hun gepreek de doos van Pandora wijdopen werd gezet.

Honderdduizenden kruisvaarders trokken tussen 1095 en 1291 door de toentertijd bekende delen van de wereld om een afgelegen landstrook rond de heilige stad Jeruzalem te veroveren en, later, te verdedigen. Op hun beurt schudden de kruistochten de islamitische wereld wakker en bliezen de djihad, de heilige oorlog, leven in. Inzet was de heerschappij over een gebied dat voor beide godsdiensten gewijde grond was: het Heilige Land. Het gevolg: twee eeuwen lang bloedige strijd.

MyTemplar.jpg


Eerlijk is eerlijk, wie van wapperende vaandels, blinkende pantsers en kletterende zwaarden houdt, komt wél volop aan zijn trekken in het boekwerk. Evenals de liefhebbers van spannende verhalen. Er is geen slag, schermutseling of tweekamp of Asbridge weidt er uitvoerig over uit.

Bijvoorbeeld wanneer hij schrijft over de Frankische belegering van Jeruzalem, hoogtepunt in de eerste kruistocht. De Franken probeerden toen met een houten constructie de stadsmuren te enteren. „Weggeslingerde vuurbommen sloegen in de Frankische toren in, maar de met natte huiden beklede schermen van gevlochten twijgen voorkwamen dat de toren, die centimeter voor centimeter voorwaarts kroop, vlam vatte.”

Dat het vooral een militaire en strategische geschiedenis van de kruisvaarten geworden is jammer. Het interessantst is natuurlijk het waarom van de tochten. Een grondiger beschouwing over de vraag waarom het kruistochtideaal de heel hoge Middeleeuwen beheerste was dan ook op zijn plaats geweest. In de inleiding en de conclusie gaat Asbridge erop in. Dit zijn de spannendste hoofdstukken van het boek.

Asbridge verklaart de kruistochten en de islamitische tegenreactie vóór alles uit de ’intense vroomheid’ van de middeleeuwer. Het verlangen naar eeuwige verlossing was, betoogt hij, de belangrijkste katalysator.

Een ’gewelddadige pelgrimage’ – zo ziet Asbridge de kruistochten – garandeerde dat de straf voor de zonden zou komen te vervallen wanneer de reis was volbracht. Voor moslims was de jihad geen vrijwillige boetedoening, maar een religieuze plicht. Maar echt diep graaft Asbridge niet. Hoe excessief geweld te rijmen viel met vrome levensidealen bijvoorbeeld blijft onduidelijk. Ook de vraag hoe het kruisvaardersideaal in tweehonderd jaar tijd veranderde en evolueerde neemt een ondergeschikte plaats in.

Eigenlijk is het intrigerendste van Asbridges boek het laatste deel van de conclusie. Daarin bekijkt hij wat de invloed van de kruistochten is geweest in de geschiedenis en de herinnering. Wat zich heeft afgespeeld in het tijdperk dat bijna achthonderd jaar geleden ten einde kwam is vaag en duister genoeg om gemakkelijk te kunnen worden aangepast of gemanipuleerd, schrijft de auteur. Nuttige ’feiten’ worden geselecteerd en storende ’details’ die niet passen in de ideologie genegeerd. Bijvoorbeeld door islamitische groeperingen die een vergelijking maken tussen het geweld in het hedendaagse Midden-Oosten en de middeleeuwse kruistochten.

Asbridge laat zien dat dit baarlijke nonsens is. Want zowel geografisch, militair als ideologisch gaat het om onvergelijkbare zaken. In deze passage doet hij vakkundig wat de taak zou moeten zijn van iedere historicus: hij ontkracht mythes. Asbridge besluit zijn studie dan ook met de terechte opmerking dat de kruistochten moeten blijven waar ze thuishoren: in het verleden.


DE KRUISTOCHTEN
De strijd om het heilige land
Thomas Asbridge
€ 39,99
Gebonden - 856 pagina's - 135 cm
Uitgegeven bij
Unieboek | Het Spectrum
isbn : 9789027424365


Bron: Gerrit-Jan KleinJan © Trouw 2010,



Geplaatst 15 April 2009, 21:24

'Karel de Stoute - Charles le Téméraire - 1433 - 1477'

Trefwoorden: Karel de Stoute



Karel de Stoute - Charles le Téméraire - Karl der Kühne - John the Bold (geboren te Dijon, 10 november 1433 - gestorven op het slagveld te Nancy, 5 januari 1477) was hertog van Bourgondië, Brabant, Limburg en Luxemburg, graaf van Vlaanderen, Artesië, Bourgondië, Henegouwen, Holland, Zeeland en Namen, heer van Mechelen.
In 1472 werd hij bovendien hertog van Gelre en graaf van Zutphen. Hij was de zoon van Filips de Goede en Isabella van Portugal. Zijn bijnaam betekent "de stoutmoedige" en slaat dus niet op ondeugend gedrag.

Karel de Stoute - portret van 1460 (hij was dan 27 jaar oud), detail
zoals geschilderd door Rogier van der Weyden (1400 - 1464)

Binnenlandse politiek

Hij vestigde in Mechelen de rekenkamer (een middeleeuws ministerie van financiën) en zijn parlement (de Grote Raad van Mechelen) in 1473 dat in feite het opperste gerechtshof van de toenmalige Nederlanden was. Al sinds de tijd van zijn vader lag het economische zwaartepunt van het Bourgondische rijk in de Lage Landen en werden bijna alle belangrijke staatszaken hier beslist. Karel bekroonde deze verschuiving naar het noorden met de officiële verplaatsing van het Bourgondische hof van Dijon naar Brussel. Vanaf toen speelde het oude kernland nog maar een marginale rol in de politiek.

Op 28 oktober 1467 voerde Karel oorlog in de Slag bij Brustem met Limburgers en Luikenaars. Hierbij sneuvelden 4000 soldaten, het merendeel Luikenaars. In 1468 belegerde en verwoestte hij Luik.

Wapenschild van Karel de Stoute

In 1465 had Adolf van Gelre zijn vader Arnold van Gelre in gevangenschap gezet, iets wat in geheel Europa verontwaardiging wekte. Karel gebruikte deze gebeurtenis in 1471 als aanleiding om Gelre binnen te vallen. Adolf werd gevangen gezet en met Arnold kwam Karel overeen dat hij na Arnolds dood Gelre zou erven.

De ontvangst van deze titels (Gelre en het Graafschap Zutphen) zouden hem door de Duitse Keizer Frederik III zelf worden overhandigd tijdens een ontmoeting in Trier, waarbij hij ook Karel tot koning zou kronen. Voor deze gelegenheid zou de titel Koning van Lotharingen terug worden ingevoerd, gezien deze in 900 werd afgeschaft. Keizer Frederik bedacht zich echter en de nacht voor de kroning ontvlucht hij de stad, via een schip op de Moezel, zodat Karel zijn onverwachte vertrek niet zou opmerken.

Buitenlandse politiek

Karel was een verwoed krijgsheer, bijna constant was hij bezig met oorlogen in buurlanden of het (wreedaardig) neerslaan van opstandige vazallen. Zijn roekeloze gedrag, vooral naar het einde van zijn leven toe, werd door sommigen dan ook gezien als een geestelijke afwijking. Karel ambieerde een rijk dat zich uitstrekte van de Noordzee tot de Middellandse Zee, gebaseerd op het oude koninkrijk van Lotharius. Naast de gebieden die hij zelf in bezit had, waar tal van vazallen leenhulde aan hem verplicht, en behoorden zij dus ook tot het Bourgondische rijk:

Picardië, Prinsbisdom Luik, Hertogdom Kleef, Graafschap Rethel, Graafschap Nevers, De Drie-bisdommen (Bisdom Metz, Bisdom Toul et Diocese van Verdun), Hertogdom Bar, Hertogdom Lotharingen(1475-1477), Graafschap Montbéliard, Bisdom Bâle, Landgraafschap van opper-Elzas, Sundgau, Freiburg-Brisgau, Graafschap Bouillon, Bisdom Utrecht 
 
Om de twee verschillende delen van het rijk te verbinden keek hij reikhalzend uit naar de Elzas en Lotharingen en kwam hij op die manier in conflict met de Habsburgers en het Heilige Roomse Rijk. De Franse koning Lodewijk XI, die nog maar pas de Honderdjarige Oorlog tegen Engeland succesrijk had beëindigd, wou zijn werk nu vervolledigen door de op de Bourgondië verloren gebieden terug in te lijven, en ondersteunde elke vorm van verzet tegen de hertog. Zijn sluwe diplomatie wierp al snel zijn vruchten af; toen Karel de Stoute op het slagveld van Nancy stierf en zijn rijk weerloos achterliet, restte hem enkel nog de gebieden te annexeren.

Ligue du Bien Public

Karel de Stoute was de voortrekker van de Ligue du Bien Public (liga voor het algemeen welzijn), een verzameling van hertogen en graven die zich verzette tegen de centralisatieplannen van Lodewijk XI. Nochtans spande zijn achterneef, Jan van Bourgondië (of Nevers) samen met de Franse koning tegen de onafhankelijkheidsplannen van het hertogdom. Deze had samen met Filips de Goede gestreden in Noord-Frankrijk, tijdens de Honderdjarige Oorlog, maar kon het blijkbaar minder vinden met Karel de Stoute. Het kwam op 15 juli 1465 tot een confrontantie in de buurt van Parijs, de Slag bij Montlhéry, waar beide partijen onbeslist uitkwamen en de overwinning claimden. Karel de Stoute belegerde Parijs en dwong Lodewijk XI tot het teruggeven van de Bourgondische bezittingen in Boulogne, Guînes en Picardië en hij plaatste Vlaanderen uit de leen van Frankrijk. Dit werd vastgelegd in de Vrede van Conflans, waarin Lodewijk XI ook de hand van zijn dochter Anne beloofde, met als bruidschat Champagne en Ponthieu, hoewel hij zich nooit aan deze afspraken zou houden.

Karel de Stoute - geschilderd door Rubens

Lodewijk XI begon opnieuw met zijn politiek gespin en paaide rebellerende vazallen met titels en privileges, zodat Karel steeds meer tegenstand ondervond tegen zijn plannen voor de 'bevrijding van het Franse volk'. Uiteindelijk dreigde Karel ermee om het bondgenootschap met Engeland weer aan te halen, onder andere door een huwelijk met Margaretha van York, en dit joeg Lodewijk XI duidelijk genoeg schrik aan om aan de onderhandelingstafel te gaan zitten. Tijdens het opstellen van het Verdrag van Péronne brak echter een opstand uit in Luik. Niet geheel onterecht verdacht Karel de Franse koning ervan de stad te hebben opgezet tegen zijn bewind, en dwong hij Lodewijk XI deel te nemen aan de strafexpeditie tegen Luik. Bij het vervallen van het bestand in 1471 probeerde Lodewijk XI nogmaals de hand te leggen op de steden aan de Somme, door Karel te beschuldigen van verraad, en hem te dagen voor het parlement. Karel de Stoute viel Frankrijk binnen met een groot leger, maar kwam niet verder dan een plundertocht in het noorden van het land.

Miniatuur van Lieven van Lathem (1430-1494) van 1469-71, voorstellend
Karel de Stoute, geknield voor een boek met engel in een gotische katthedraal

Veroveringen in Elzas-Lotharingen

Zijn openlijk conflict met de Franse koning Lodewijk XI zou leiden tot de Bourgondische Oorlogen; In 1467 kocht Karel een leengebied van Sigismund van Habsburg op in de Elzas. Deze wilde het gebied beter beschermen tegen de Zwitserse Confederatie of Eidgenossenschaft. In 1474 keerde Sigismund echter van kamp, en wilde hij de gebieden terugkopen, een aanbod dat Karel uiteraard zou afslaan. Sigismund wilde het daarbij niet laten en sloot een verbond met de Zwitsers, en samen richtten ze een plundertocht aan in Franche-Comté en Savoye, dat geallieerd was met de hertog van Bourgondië. Karel de Stoute had ondertussen het hertogdom Lotharingen aan zijn rijk toegevoegd en trok erop uit om zijn vijanden af te straffen, maar incasseerde twee smadelijke nederlagen tijdens de Slag bij Grandson en de Slag bij Morat, zodat hij steeds gedwongen werd terug te trekken. De hoge belastingsdruk en de afschaffing privileges leidden tot gemor bij de bevolking van Lotharingen en de pogingen van de hertog van Lotharingen, René II om zijn steden één voor één terug te heroveren kregen steun van binnenuit. In een poging om Nancy te heroveren op de rebellen werd Karel definitief verslagen door een coalitie van Zwitsers, de hertog van Lotharingen en de stad Straatsburg (ondersteund door de Franse koning). Hierbij kwam Karel De Stoute zelf om het leven.

Dood
 
Hij sneuvelde op 5 januari 1477 tijdens de Slag bij Nancy, een poging om Nancy op de Lotharingers te veroveren. Zijn stoffelijk overschot bleef op het slagveld liggen om pas dagen later geborgen te kunnen worden. Hoewel hierover nog altijd onduidelijkheid bestaat, zou zijn gezicht al zijn aangevreten door wolven en waren zijn wapenrusting en kleren geroofd; identificatie van de hertog moest plaatsvinden aan de hand van de littekens op zijn lichaam die bij zijn lijfarts bekend waren.

Zijn praalgraf bevindt zich in de Onze-Lieve-Vrouwekerk te Brugge, naast dat van zijn dochter en opvolgster Maria van Bourgondië. Zijn stoffelijke resten werden omstreeks 1533 door Filips II, een achterkleinzoon van Maria, vanuit Frankrijk naar Brugge overgebracht.

Zijn dood in veroorzaakte een crisis in het hertogdom. Zijn dochter, Maria van Bourgondië, werd onmiddellijk geconfronteerd met de ontevredenheid over het oorlogszuchtige en centralistische beleid van haar vader. Door toekenning van het Groot Privilege op 11 februari 1477 verkreeg Maria financiële en militaire steun van de Staten-Generaal. Ook moest zij, om tegemoet te komen aan het particularisme, aan verscheidene gewesten en steden eigen keuren verlenen. Holland en Zeeland verkregen in maart 1477 hun eigen Groot Privilege, waarbij Nederlands de bestuurstaal werd en zuiderlingen werden uitgesloten van belangrijke functies. Lodewijk van Gruuthuse werd hierop opgevolgd door Wolfert VI van Borselen. Bovendien viel Frankrijk haar Franse gewesten aan. Op 19 augustus 1477 trouwde Maria met Maximiliaan I van Oostenrijk, waardoor er een einde kwam aan haar korte persoonlijke regeerperiode en meteen de Franse dreiging het hoofd geboden kon worden: Maximiliaan versloeg op 7 augustus 1479 de troepen van Lodewijk XI in de Slag bij Guinegate. Door het huwelijk kwamen de Nederlanden uiteindelijk in handen van de Habsburgers.

Detail van het praalgraf van Karel de Stoute in Brugge

Familie

Karel huwde drie keer; met Catharina van Valois, Isabella van Bourbon en Margaretha van York. Uit het huwelijk met Isabella van Bourbon werd zijn opvolger Maria van Bourgondië geboren.

Bron: Clubs.nl - Kathedralenbouwers




Geplaatst 7 Februari 2008, 23:19

'Boek: De Katharen. Feit en fictie.'

Trefwoorden: katharen



Aan het begin van de 14de eeuw maakt de inquisitie definitief een einde aan het verhaal van de Katharen. Stilaan worden ze vergeten. Toch blijven de mythes. Wat weten we vandaag over de Katharen? Wat is feit en wat is fictie? Klopt het dat de kerk als grote satan het ware kathaarse christendom vervolgd heeft met grof geweld? Zijn de Katharen werkelijk de graalhoeders? En zijn ze ook echt de geestelijke broeders van de tempeliers?

John van Schaik is een van de huidige specialisten van de katharen en het esoterisch christendom. Hij promoveerde op de katharen en het manicheïsme. Met zijn boek 'De katharen. Feit en fictie' wil hij een aantal foutieve opvattingen over de katharen uit de wereld helpen.

In de eerste drie hoofdstukken wordt de opvatting weerlegd dat de ketters tussen 1000 en circa 1150 katharen zijn. Pas vanaf 1150 is het aantoonbaar dat er katharen optreden in het Rijngebied, Zuid-Frankrijk en Noord-Italië. Een overzicht en een samenvatting van alle bekende kathaarse teksten biedt een instrument om te oordelen wat feit en fictie in het katharisme is. De auteur is er zich van bewust dat de lezing van dit boek soms wat moeilijk is. Er wordt gebruik gemaakt van theologische begrippen. Daarom is er ook een begrippenlijst opgenomen.

"Ik geloof niet in de katharen als de christenen van vrijheid en liefde. Ik geloof ook niet in de geheime inwijding in de grotten van de Pyreneeën. In dergelijke voorstellingen drukken zich eerder onvervulde religieuze verlangens uit, dan dat ze de kathaarse werkelijkheid dekken. We projecteren als het ware op de katharen wat we in het christendom missen. Dergelijke geromantiseerde voorstellingen zeggen dus meer over onszelf dan over de katharen."

Een belangrijke vraag is: wat is de kern van het kathaarse christendom en waarom moest het als ketters worden vervolgd? De katharen voelen zich niet goed thuis op aarde. De aarde en het lichaam zijn voor hen een schepping van de duivel of de slechte God. De goede God is niet de Schepper en hij heeft de zichtbare schepping niet gewild. Christus, de Verlosser, heeft zich niet vernederd om mens te worden en om één te worden met de mens Jezus. Aldus is Christus niet gekomen om alle mensen te verlossen. Hij is enkel gekomen voor de katharen, de 'perfecti' of ingewijden. Aldus heeft het kathaarse christendom te maken met het dualisme, het docetisme, de reïncarnatie en de inwijdingspraktijk. De auteur gaat dieper in op de leer van de katharen en legt uit wat er 'ketters' aan is en wat esoterisch. Ook maakt hij duidelijk waarom deze stroming in onze tijd zo veel mensen aanspreekt. (Mark Haverals).

katharen uitgeverij Ten Have spirituele boeken esoterische boekenJohn van Schaik,
De katharen. Feit en fictie;
uitgeverij Davidsfonds, Leuven
uitgeverij Ten Have, Kampen,
237






Meer berichten

OnderwerpToegevoegd
Boek: De Katharen. Feit en fictie. 16 Januari 2011, 13:16
Boek: De Katharen. Feit en fictie. 16 Januari 2011, 13:16
Boek: De Katharen. Feit en fictie. 16 Januari 2011, 13:16
Christine de Pisan 4 December 2010, 00:19
De Kruistochten van Thomas Asbridge 18 Juli 2010, 23:19
Karel de Stoute - Charles le Téméraire - 1433 - 1477 15 April 2009, 21:24
Boek De eerste kruistocht 18 Januari 2008, 19:19
Boek De kruistochten van Malcolm Billings 18 Januari 2008, 19:03
Superhelden op perkament: Middeleeuwse ridderromans in Europa 6 Januari 2008, 20:22
Krijgers voor God: boek over de tempelridders. 11 Maart 2007, 18:06




Combell - hosting, webhosting domeinnaam
© 2000-2017 - 2link.be